Donderdag 29 april, een fantastisch zonnige dag. Op landgoed Nyenrode komen de eerste jonge hertjes alweer naar buiten en springen wild. De bostulpen zien het licht weer (de eeuwen oude bijna uitgestorven tulp, maar op Nyenrode nog wel aanwezig) en de vogels fluiten vrolijk. Kortom een dag met energie!
Rond half elf stromen de eerste gasten binnen en al snel blijkt dat alle ‘’accountancy bobo’s’’ aanwezig zullen zijn. Maar dat kan ook niet anders met een dergelijke line-up: Mark Allison (voorzitter van de IAESB) de onderwijstak van de IFAC, Ruud Dekkers (voorzitter Koninklijk NIVRA), Leen Paape (Dean Nyenrode School of Accountancy & Controlling) en Philip Wallage (lid CEA). Alle ingrediënten voor een woeste discussie waren dan ook aanwezig. Het onderwerp over de internationalisering en specialisatie van het accountancy-onderwijs brengt accountants (en studenten), zelfs op een zonovergoten dag, naar Nyenrode.
De VAS heeft gekozen voor dit onderwerp omdat door de fusie van het NIVRA en NOvAA ook de discussie over de opleiding weer opwaait. Daarnaast was de discussie daarvoor ook al gestart door de vorming van twee commissies door het NIVRA (commissie Basisaccountant en RA titel) welke in november 2009 een gezamenlijk rapport uitbrachten over de toekomstige accountantsopleiding en de aanbevelingen daarin. De strekking van de rapporten is het vormen van een gemeenschappelijk basisdeel tot accountant waarna vervolgens een specialisatiefase gekozen wordt door de student. Na het afronden van deze specialisatiefase wordt de RA titel behaald. Eén van de specialisatiefases zal in ieder geval de wettelijk controleur zijn (wie bevoegd is tot het tekenen van accountantsverklaringen, mits natuurlijk een kantoorvergunning is verkregen van de AFM). Een belangrijk onderdeel hierin is volgens de VAS dat de praktijkstage in de specialisatiefase van de opleiding ook buiten een accountantskantoor gevolgd kan worden. Gedacht kan worden aan de specialisatie ‘’In Business’’ waarbij de student haar stage volgt in het bedrijfsleven.
Ander karakter van het onderwerp betreft de internationalisering. Het is bijna onmogelijk als huidige RA, of als student accountancy, te werken en/of studeren in het buitenland. Een RA kan haar functie als wettelijk controleur niet uitoefenen terwijl een student wel kan studeren in het buitenland, maar de behaalde vakken niet worden geaccepteerd bij terugkomst in Nederland. Een studievertraging is het resultaat.
Om elf uur stipt werd de dag afgetrapt door niemand minder dan Jules Muis. Met veel trots heeft de VAS Jules Muis naar Nederland gehaald om de gehele dag als voorzitter van het symposium op te treden. Met veel passie, kennis en humor wist Jules Muis direct de aanwezigen te prikkelen om vooral met de discussie mee te doen. Bij de eerste spreker, Ruud Dekkers, werd direct duidelijk dat de discussie niet was te houden. Een Belgische ‘’accountancy-onderwijsgoeroe’’ bleek de ideale ‘’sidekick’’ om de discussie aan te slingeren. De beste man diende zelfs regelmatig in toom gehouden te worden door de dagvoorzitter.
Het betoog van Ruud Dekkers ging voornamelijk in op de veranderlijkheid van het beroep en de acties die hierin moeten worden genomen. Thema’s als XBRL en continuance Assurance passeerden de revue. Maar is het niet belangrijk om hier de opleiding bij aan te passen? Buiten het feit dat andere (niet-financiële) Assurance werkzaamheden steeds belangrijker worden, veranderd ook de functie van huidige RA’s. Niet alle RA’s zijn werkzaam als wettelijk controleur, in tegendeel juist. Bijna 64% is juist niet werkzaam als wettelijk controleur, maar in een andere functie.
De volgende spreker was Mark Allison van de IAESB, de onderwijkstak van de IFAC. De heer Allison is medeontwikkelaar van de onderwijsstandaarden IES 1 tot en met 8 waarbij de minimum onderwijseisen van een professional accountant en een wettelijk controleur worden opgesomd. Hierbij wordt tevens ingegaan op permanente educatie en het minimum denkniveau van een accountant. Twee opvallende zaken welke de heer Allison aanstipte betrof het wetenschappelijk niveau van de opleiding en de wenselijkheid van educatiestandaarden voor eventuele toekomstige specialisatiefases. Waar de IES standaarden spreken over een wetenschappelijk ingangsniveau, wat ook behaald kan worden door een Bachelor of Science niveau hebben we in Nederland een Master of Science niveau eis. De heer Allison gaf aan dat dit niet noodzakelijk was en zeker niet haalbaar voor vele landen zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Nederland is duidelijk het beste jongetje van de klas. Daarnaast was verrassend dat Mark Allison aangaf dat er voorlopig geen educatiestandaarden komen voor eventuele specialisatiefases. Het implementeren en handhaven van de huidige standaarden voor wettelijk controleurs vergt al genoeg energie. Als internationaal ‘’good practise’’ wordt nagestreefd is de heer Allison al blij, ‘’best practise’’ is nog lang niet aan de orde.
Na deze twee sprekers is het tijd voor een goede lunch en tijd om buiten even te kunnen genieten van het zonovergoten landgoed. Na een kleine drie kwartier is het tijd om terugwaarts naar de zaal te gaan en met het middagprogramma te continueren.
De aftrap van het middagprogramma werd gebracht door Tom Ooms, die als spreekbuis voor de VAS mocht fungeren. Ooms begint met een aantal aanleidingen voor dit symposium en waarom nou juist de VAS zich met internationalisering en specialisatie bezig houdt. De onderbouwing voor het belang van de specialisatie wordt gebracht vanuit de pluriformiteit die de leden van het NIVRA kenmerken. Waar 20 jaar het leeuwendeel van de NIVRA leden publieke accountants waren, zijn de rollen nu omgedraaid richting overige functies met name als accountant in business. Zoals hiervoor beschreven, heeft de VAS ook zitting gehad in de NIVRA commissies.
Als voordelen voor specialiseren ziet de VAS, betere aansluiting tussen werk en studie, het vergroten van de uitstroommogelijkheden en daarmee de keuze qua werkgevers te vergroten.
Ooms vervolgt zijn betoog over internationalisering. De VAS heeft in de Accountant van april reeds betoogd dat het vrije verkeer van accountants binnen Europa niet makkelijk is. Zowel het beroep uitoefenen als opleiding volgen kent vele obstakels en onmogelijkheden. Het antwoord ligt volgens de VAS in Common Content. Een project waarbij de eindtermen alsmede de invulling van het opleidingsprogramma in een Europees verband met elkaar in lijn worden gebracht. De VAS erkent hierin wel een wrijving tussen de onderwijstitels en de beroepstitel. Om in Nederland in de lijn van het Europese te komen, dient er van het Bachelor/ Master denken afgezien te worden. De VAS ziet in een nationale context zeker de toegevoegde waarde van de mastertitel, maar in een set van internationale eindtermen past deze eist echter niet. Dit laatste sluit ook aan met het verhaal van Allison en het voorstel van de IAESB.
Leen Paape mocht als Dean van Nyenrode School of Accountancy & Controlling zijn visie brengen. Paape begint direct met een kritische noot richting de internationale problematiek. Veel literatuur is volgens hem reeds Engelstalig, ook beroepsregels, methoden en technieken worden volgens Paape reeds internationaal georiënteerd aangeboden. Probleem blijft wel wat locale wet- en regelgeving blijft bestaan en zo stelt hij dat 80% van de accountants binnen het MKB werkzaam is. De lijn die naar Common Content doorgetrokken wordt, laat zien dat deze Breukelse Dean geen brood ziet in de internationale eindtermen.
Het specialiseren is volgens Paape een goed plan. Wel wordt duidelijk gemaakt dat het specialiseren iets is, voor na de basisopleiding. De specialisaties kunnen worden aangeduid middels Executive Mastertitels. De varianten die hierop de revue passeren zijn onder andere: Public Sector, Financiële Sector, IT, Internal/ Operational Auditing, Controlling, maar ook Forensische accountancy wordt genoemd. Tot slot presenteert Paape zijn visie van wat hij de robuuste Register Auditor van Nyenrode noemt.
Philip Wallage is de laatste spreker van de dag. Hierbij mag hij vanuit de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA), zijn visie brengen. Wallage begint met een korte onderbouwing van de CEA in het licht van deze dag. Ook laat Wallage zien dat Limperg nog altijd actueel is, maar het is maar de vraag of de hedendaagse accountant een alleskunner behoort te zijn. Wallage betoogt van niet. Al snel wordt het feit van geen alleskunner kunnen zijn, in relatie gebracht met specialisaties. Het vergelijk wordt getrokken naar specialisaties zoals we die kennen binnen de artsenwereld en de advocatuur. Maar naast specialisaties snijdt Wallage een andere dimensie aan, die van de differentiaties. Differentiaties zijn mogelijk naar functie, object van onderzoek en sector of segment. Ook in het betoog van Wallage wordt dit traject ingezet nadat een basisopleiding is voltooid.
Het internationale aspect komt aan bod in de vorm van harmonisatie, wereldwijde kwaliteit en mobiliteit. Wallage merkt op dat er reeds wettelijke mogelijkheden binnen Europa bestaan voor de uitwisseling van accountants, de nationale regelingen zijn echter complex in uitwerking en voorwaarden. Een internationale oplossing ziet Wallage in “Gamen” in het onderwijs. De digitalisering mét Common Content.
Tot slot werd de dag gecompleteerd met een paneldiscussie. Naast de drie sprekers van de middag, mocht Gert Karreman het panel vergezellen. In de discussie komen de standpunten van de panelleden nogmaals aan bod. Tijdens het symposium is meerdere malen het belang van de MKB accountant ten gehore gekomen. Het is dan ook in de paneldiscussie dat hier nog even bij stil wordt gestaan. Afrondend kan verondersteld worden dat Common Content nog geen volledig draagvlak heeft en er op dit moment nog veel obstakels zijn voordat dit ingevoerd kan worden. Daarentegen zien alle aanwezige partijen de voordelen van specialisaties in.
Al met al is het een zeer interessante dag geweest, waarbij veel diverse geluiden gehoord zijn. Een gezonde discussie heeft er zeker plaatsgevonden. Het is nu een gezamenlijke taak om de discussie gaande te houden en te verbreden. De eensgezindheid over specialisaties van de verschillende partijen zal nader onderzocht dienen te worden. De VAS zal nauw betrokken blijven bij dit onderwerp en met de betrokken partijen in gesprek blijven.
De VAS Symposiumcommissie